The Bible › Canisiusvertaling 1939 › 1 Chronicles 2
De zonen van Ram, den oudsten zoon van Jerachmeël, waren: Máas, Jamin en Éker.
1 Chronicles 2:27 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead 1 Chronicles 2Next →
And the sons of Ram the firstborn of Jerahmeel were, Maaz, and Jamin, and Eker.
The sons of Ram the firstborn of Jerahmeel: Maaz, Jamin, and Eker.
The sons of Ram the firstborn of Jerahmeel were Maaz, Jamin, and Eker.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
24 Na de dood van Chesron hield Kaleb gemeenschap met de vrouw van zijn vader Chesron, en zij schonk hem Asjchoer, den stichter van Tekóa.
25 De zonen van Jerachmeël, den oudsten zoon van Chesron waren: Ram, de oudste, en zijn broers Boena, Oren, en Osem.
26 Ook had Jerachmeël nog een andere vrouw, die Atara heette; zij was de moeder van Onam.
27 De zonen van Ram, den oudsten zoon van Jerachmeël, waren: Máas, Jamin en Éker.
28 De zonen van Onam waren Sjammai en Jada. De zonen van Sjammai waren Nadab en Abisjoer.
29 De vrouw van Abisjoer heette Abicháil; zij schonk hem Achban en Molid.
30 De zonen van Nadab waren Séled en Appáim. Séled stierf zonder kinderen,
Read 1 Chronicles 2 in the app The whole chapter