The Bible › Canisiusvertaling 1939 › 1 Chronicles 2
De vrouw van Abisjoer heette Abicháil; zij schonk hem Achban en Molid.
1 Chronicles 2:29 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead 1 Chronicles 2Next →
And the name of the wife of Abishur was Abihail, and she bare him Ahban, and Molid.
Abishur’s wife was named Abihail, and she bore to him Ahban and Molid.
The name of the wife of Abishur was Abihail; and she bore him Ahban and Molid.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
26 Ook had Jerachmeël nog een andere vrouw, die Atara heette; zij was de moeder van Onam.
27 De zonen van Ram, den oudsten zoon van Jerachmeël, waren: Máas, Jamin en Éker.
28 De zonen van Onam waren Sjammai en Jada. De zonen van Sjammai waren Nadab en Abisjoer.
29 De vrouw van Abisjoer heette Abicháil; zij schonk hem Achban en Molid.
30 De zonen van Nadab waren Séled en Appáim. Séled stierf zonder kinderen,
31 maar Appáim verwekte Jisji. De zoon van Jisji was Sjesjan. De zoon van Sjesjan was Achlai.
32 De zonen van Jada, den broer van Sjammai, waren Jéter en Jonatan. Jéter stierf zonder kinderen,
Read 1 Chronicles 2 in the app The whole chapter