The Bible › Canisiusvertaling 1939 › 1 Chronicles 2

1 Chronicles 2:28

De zonen van Onam waren Sjammai en Jada. De zonen van Sjammai waren Nadab en Abisjoer.

1 Chronicles 2:28 · Canisiusvertaling 1939

← PreviousRead 1 Chronicles 2Next →

1 Chronicles 2:28 in other translations

KJV King James Version

And the sons of Onam were, Shammai, and Jada. And the sons of Shammai; Nadab, and Abishur.

BSB Berean Standard Bible

The sons of Onam: Shammai and Jada. The sons of Shammai: Nadab and Abishur.

WEB World English Bible

The sons of Onam were Shammai and Jada. The sons of Shammai: Nadab and Abishur.

Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.

In context

25 De zonen van Jerachmeël, den oudsten zoon van Chesron waren: Ram, de oudste, en zijn broers Boena, Oren, en Osem.

26 Ook had Jerachmeël nog een andere vrouw, die Atara heette; zij was de moeder van Onam.

27 De zonen van Ram, den oudsten zoon van Jerachmeël, waren: Máas, Jamin en Éker.

28 De zonen van Onam waren Sjammai en Jada. De zonen van Sjammai waren Nadab en Abisjoer.

29 De vrouw van Abisjoer heette Abicháil; zij schonk hem Achban en Molid.

30 De zonen van Nadab waren Séled en Appáim. Séled stierf zonder kinderen,

31 maar Appáim verwekte Jisji. De zoon van Jisji was Sjesjan. De zoon van Sjesjan was Achlai.

Read 1 Chronicles 2 in the app The whole chapter

Search the Scriptures

Choose a translation

KJVBSBWEBNHEBASVYLTDBYWBTBBEEBRGNVDRALUTCANRIVLSGRVABPMYORIGBSWATGLIRV