The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Proverbs 22
Wie rijk is, heerst over de armen; Wie leent, wordt de slaaf van wie uitleent.
Proverbs 22:7 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Proverbs 22Next →
The rich ruleth over the poor, and the borrower is servant to the lender.
The rich rule over the poor, and the borrower is slave to the lender.
The rich rule over the poor. The borrower is servant to the lender.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
4 Het loon voor ootmoed en vreze voor Jahweh Is rijkdom, aanzien en leven.
5 Doornen en strikken liggen op de weg van den valsaard; Wie zijn leven liefheeft, blijft er ver vandaan.
6 Oefen kinderen in de weg, die ze moeten gaan, Dan wijken ze ook in hun ouderdom er niet van af.
7 Wie rijk is, heerst over de armen; Wie leent, wordt de slaaf van wie uitleent.
8 Wie onrecht zaait, zal onheil oogsten; De vrucht van zijn arbeid gaat te niet.
9 Een vriendelijk mens wordt gezegend, Want hij deelt met den arme zijn brood.
10 Jaag den spotter weg, en het twisten houdt op, Er komt een eind aan vechten en schimpen.
Read Proverbs 22 in the app The whole chapter