The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Job 39
Ze krommen zich, drijven haar jongen uit, En haar weeën zijn heen;
Job 39:3 · Canisiusvertaling 1939
They bow themselves, they bring forth their young ones, they cast out their sorrows.
They crouch down and bring forth their young; they deliver their newborn.
They bow themselves. They bear their young. They end their labor pains.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
1 Kent gij de tijd, waarop de gemzen springen, Neemt gij het jongen der hinden waar;
2 Telt gij de maanden van haar dracht, Bepaalt gij de dag, dat zij werpen?
3 Ze krommen zich, drijven haar jongen uit, En haar weeën zijn heen;
4 Haar jongen worden sterk, groeien op in de steppe, Lopen weg, en keren niet tot haar terug!
5 Wie heeft den woudezel in vrijheid gelaten, Wie dien wilde de boeien geslaakt,
6 Hem, wien Ik de woestijn tot woning gaf, De zilte steppe tot verblijf;
Read Job 39 in the app The whole chapter