The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Job 32
Ik wil niemand naar de ogen zien, En niemand vleien, wie het ook is;
Job 32:21 · Canisiusvertaling 1939
Let me not, I pray you, accept any man's person, neither let me give flattering titles unto man.
I will be partial to no one, nor will I flatter any man.
Please don’t let me respect any man’s person, neither will I give flattering titles to any man.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
18 Want ik ben geladen met woorden, En de geest in mijn binnenste prest mij er toe.
19 Zie, mijn geest is als wijn, die niet kan gisten, En die nieuwe zakken doet bersten;
20 Ik moet spreken, om wat lucht te krijgen, Mijn lippen openen, en antwoord geven.
21 Ik wil niemand naar de ogen zien, En niemand vleien, wie het ook is;
22 Want ik heb geen verstand van vleierij: Mijn Schepper rukte mij dan aanstonds weg!
Read Job 32 in the app The whole chapter