The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 33

Genesis 33:4

Maar Esau snelde hem tegemoet, en omhelsde hem; hij viel hem om de hals, en kuste hem wenend.

Genesis 33:4 · Canisiusvertaling 1939

← PreviousRead Genesis 33Next →

Genesis 33:4 in other translations

KJV King James Version

And Esau ran to meet him, and embraced him, and fell on his neck, and kissed him: and they wept.

BSB Berean Standard Bible

Esau, however, ran to him and embraced him, threw his arms around his neck, and kissed him. And they both wept.

WEB World English Bible

Esau ran to meet him, embraced him, fell on his neck, kissed him, and they wept.

Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.

In context

1 Nu sloeg Jakob zijn ogen op en keek rond; en zie, daar kwam Esau aan met vierhonderd man. Toen verdeelde hij zijn kinderen onder Lea, Rachel en zijn beide slavinnen.

2 De slavinnen met haar kinderen plaatste hij voorop, Lea met haar kinderen daar achter, en Rachel met Josef achteraan.

3 Zelf stelde hij zich aan hun spits, boog zich zevenmaal ter aarde neer, tot hij zijn broer genaderd was.

4 Maar Esau snelde hem tegemoet, en omhelsde hem; hij viel hem om de hals, en kuste hem wenend.

5 Toen hij zijn ogen opsloeg en de vrouwen met de kinderen zag, vroeg hij: Wie hebt ge daar? Hij antwoordde: Het zijn de kinderen, die het God heeft behaagd, aan uw dienaar te schenken.

6 Nu traden de slavinnen met haar kinderen naar voren, en bogen zich voor hem neer.

7 Ook Lea trad met haar kinderen vooruit, en boog zich neer; daarna kwamen ook Josef en Rachel, en bogen zich neer.

Read Genesis 33 in the app The whole chapter

Search the Scriptures

Choose a translation

KJVBSBWEBNHEBASVYLTDBYWBTBBEEBRGNVDRALUTCANRIVLSGRVABPMYORIGBSWATGLIRV