The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Acts 27
Uit vrees, dat we ergens op klippen zouden stoten, wierpen ze van de achtersteven vier ankers uit, en wachtten in spanning de dageraad af.
Acts 27:29 · Canisiusvertaling 1939
Then fearing lest we should have fallen upon rocks, they cast four anchors out of the stern, and wished for the day.
Fearing that we would run aground on the rocks, they dropped four anchors from the stern and prayed for daybreak.
Fearing that we would run aground on rocky ground, they let go four anchors from the stern, and wished for daylight.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
26 Maar we moeten schipbreuk lijden, ergens op een eiland.
27 In de veertiende nacht, dat we rondzwalkten in de Adriatische Zee, meende het scheepsvolk tegen middernacht te bespeuren, dat men land begon te naderen.
28 Ze wierpen het dieplood uit, en peilden twintig vademen; wat verder wierpen ze het opnieuw, en peilden er vijftien.
29 Uit vrees, dat we ergens op klippen zouden stoten, wierpen ze van de achtersteven vier ankers uit, en wachtten in spanning de dageraad af.
30 Maar toen het scheepsvolk van het schip wilde vluchten, en de sloep in zee liet onder voorwendsel, ook van de voorsteven ankers te willen uitbrengen,
31 zei Paulus tot den honderdman en tot de soldaten: Als zij niet op het schip blijven, dan is er voor u geen redding.
32 Toen kapten de soldaten de touwen van de sloep, en lieten haar in zee vallen.
Read Acts 27 in the app The whole chapter