The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Romans 4
Gelukkig de mens, wien de Heer de zonde niet toerekent.”
Romans 4:8 · Canisiusvertaling 1939
Blessed is the man to whom the Lord will not impute sin.
Blessed is the man whose sin the Lord will never count against him.”
Blessed is the man whom the Lord will by no means charge with sin.”
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
5 maar wanneer iemand niet werkt, doch in Hem gelooft, die den goddeloze rechtvaardig maakt, dan wordt zijn geloof hem als gerechtigheid toegerekend.
6 Zó ook prijst David den mens zalig, wien God gerechtigheid toerekent zonder werken:
7 “Gelukkig zij, wier ongerechtigheden zijn vergeven, En wier zonden zijn bedekt.
8 Gelukkig de mens, wien de Heer de zonde niet toerekent.”
9 Geldt nu deze zaligspreking de besnedenen of ook de onbesnedenen? We houden immers vol: “Aan Abraham werd het geloof als gerechtigheid toegerekend”.
10 In welke staat dan is het hem toegerekend; besneden of onbesneden? Niet toen hij besneden, maar toen hij onbesneden was;
11 het teken der besnijdenis ontving hij slechts als bezegeling van de gerechtigheid door het geloof, die hij vóór de besnijdenis had ontvangen. Zó is hij de Vader geworden van allen, die geloven zonder besneden te zijn, opdat ook hùn de gerechtigheid zou worden toegerekend;
Read Romans 4 in the app The whole chapter