The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Numbers 22

Numbers 22:12

Maar God sprak tot Balaäm: Gij moogt niet met hen meegaan, en dat volk niet vervloeken; want het is gezegend.

Numbers 22:12 · Canisiusvertaling 1939

← PreviousRead Numbers 22Next →

Numbers 22:12 in other translations

KJV King James Version

And God said unto Balaam, Thou shalt not go with them; thou shalt not curse the people: for they are blessed.

BSB Berean Standard Bible

But God said to Balaam, “Do not go with them. You are not to curse this people, for they are blessed.”

WEB World English Bible

God said to Balaam, “You shall not go with them. You shall not curse the people, for they are blessed.”

Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.

In context

9 Nu verscheen God aan Balaäm, en sprak: Wie zijn deze mannen, die bij u overnachten?

10 Balaäm zeide tot God: Balak, de zoon van Sippor, de koning van Moab, heeft mij laten berichten:

11 Daar is een volk uit Egypte getogen, dat het land overdekt. Kom dus, en vervloek het voor mij; misschien kan ik het dan overwinnen en verdrijven.

12 Maar God sprak tot Balaäm: Gij moogt niet met hen meegaan, en dat volk niet vervloeken; want het is gezegend.

13 Daarom zei Balaäm de volgende morgen tot de vorsten van Balak: Gaat terug naar uw land; want Jahweh wil mij niet toestaan, met u mee te gaan.

14 De vorsten van Moab vertrokken dus, kwamen bij Balak aan, en zeiden: Balaäm heeft geweigerd, met ons mee te gaan.

15 Toen zond Balak opnieuw vorsten, talrijker en aanzienlijker nog dan de eersten.

Read Numbers 22 in the app The whole chapter

Search the Scriptures

Choose a translation

KJVBSBWEBNHEBASVYLTDBYWBTBBEEBRGNVDRALUTCANRIVLSGRVABPMYORIGBSWATGLIRV