The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Nehemiah 11
De tempelknechten woonden op de Ofel; Sicha en Gisjpa stonden aan het hoofd der tempelknechten.
Nehemiah 11:21 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Nehemiah 11Next →
But the Nethinims dwelt in Ophel: and Ziha and Gispa were over the Nethinims.
The temple servants lived on the hill of Ophel, with Ziha and Gishpa over them.
But the temple servants lived in Ophel; and Ziha and Gishpa were over the temple servants.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
18 In het geheel telden de levieten in de heilige stad tweehonderd vier en tachtig man.
19 De poortwachters waren: Akkoeb, Talmon en hun broeders, die de wacht hielden in de poorten; ze telden honderd twee en zeventig man.
20 De overige Israëlieten, priesters en levieten woonden in de verschillende steden van Juda, iedereen op zijn erfdeel.
21 De tempelknechten woonden op de Ofel; Sicha en Gisjpa stonden aan het hoofd der tempelknechten.
22 Het hoofd der levieten te Jerusalem was Oezzi, de zoon van Bani, de zoon van Chasjabja, zoon van Mattanja, zoon van Mika; hij behoorde tot de zonen van Asaf, de zangers bij de dienst in de tempel.
23 Want er bestond aangaande hen een koninklijk besluit, dat aan de zangers een dagelijkse toelage verzekerde.
24 Petachja, de zoon van Misjezabel, uit de zonen van Zara, den zoon van Juda, was gevolmachtigde van den koning3 in alle aangelegenheden van het volk.
Read Nehemiah 11 in the app The whole chapter