The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Micah 2
Daarom spreekt Jahweh: Zie, Ik beraam een onheil tegen dit ras, Dat ge niet van uw hals zult schudden, En waaronder ge niet rechtop kunt gaan. Ja, een boze tijd zal het zijn
Micah 2:3 · Canisiusvertaling 1939
Therefore thus saith the LORD; Behold, against this family do I devise an evil, from which ye shall not remove your necks; neither shall ye go haughtily: for this time is evil.
Therefore this is what the LORD says: “I am planning against this nation a disaster from which you cannot free your necks. Then you will not walk so proudly, for it will be a time of calamity.
Therefore the LORD says: “Behold, I am planning against these people a disaster, from which you will not remove your necks, neither will you walk haughtily, for it is an evil time.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
1 Wee hun, die op slechtheid zinnen, En op hun legerstede boosheid beramen: Om het in de morgenstond ten uitvoer te brengen, Wanneer ze er de macht toe bezitten.
2 Ze begeren akkers: ze roven ze weg; Huizen: ze nemen ze af; Ze maken zich meester van den man en zijn huis, Van den eigenaar en zijn bezit.
3 Daarom spreekt Jahweh: Zie, Ik beraam een onheil tegen dit ras, Dat ge niet van uw hals zult schudden, En waaronder ge niet rechtop kunt gaan. Ja, een boze tijd zal het zijn
4 Op die dag! Dan zal men dit spotlied, Deze klaagzang over u zingen: “Wij zijn verloren, verloren! Het erfdeel van mijn volk is reddeloos heen; Onze akkers worden als buit verdeeld,
5 Niemand werpt voor u het lot voor uw deel!”
6 Profeteert toch niet in de gemeente van Jahweh, Voorspelt toch zulke dingen niet!
Read Micah 2 in the app The whole chapter