The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Leviticus 22
Ook mag hij geen gestorven of verscheurde dieren eten; daardoor wordt hij onrein. Ik ben Jahweh!
Leviticus 22:8 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Leviticus 22Next →
That which dieth of itself, or is torn with beasts, he shall not eat to defile himself therewith: I am the LORD.
He must not eat anything found dead or torn by wild animals, which would make him unclean. I am the LORD.
He shall not eat that which dies of itself or is torn by animals, defiling himself by it. I am the LORD.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
5 of wie een of ander ongedierte of een mens, waardoor men onrein wordt, heeft aangeraakt,
6 is tot de avond onrein en mag niet van de heilige gaven eten. Eerst als hij een bad heeft genomen,
7 en de zon is ondergegaan, is hij weer rein, en mag hij dus van de heilige gaven eten; want het is zijn levensonderhoud.
8 Ook mag hij geen gestorven of verscheurde dieren eten; daardoor wordt hij onrein. Ik ben Jahweh!
9 Zij moeten mijn geboden onderhouden, en geen zonden op zich laden; want zij zullen sterven, wanneer zij ze ontwijden. Ik ben Jahweh, die hen heilig!
10 Niemand, die niet tot een priestergezin behoort, mag het heilige eten. Iemand dus, die bij een priester inwoont of loonarbeider is, mag het heilige niet eten.
11 Maar wanneer een priester voor geld een slaaf koopt, mag die ervan eten; evenzo mag de slaaf, die in zijn huis is geboren, zijn spijzen eten.
Read Leviticus 22 in the app The whole chapter