The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Leviticus 21
Wel mag hij eten van de spijs van zijn God, van het hoogheilige en van het heilige;
Leviticus 21:22 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Leviticus 21Next →
He shall eat the bread of his God, both of the most holy, and of the holy.
He may eat the most holy food of his God as well as the holy food,
He shall eat the bread of his God, both of the most holy, and of the holy.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
19 niemand met een gebroken been of arm;
20 geen bult of dwerg; niemand met een witte vlek op zijn oog, of met uitslag of schurft; niemand ook, die ontmand is.
21 Niemand van het geslacht van den priester Aäron, die een gebrek heeft, mag naderbij komen, om de vuuroffers van Jahweh te offeren; heeft hij dus een gebrek, dan mag hij de spijs van zijn God niet komen offeren.
22 Wel mag hij eten van de spijs van zijn God, van het hoogheilige en van het heilige;
23 maar hij mag niet binnen het voorhangsel komen en niet tot het altaar naderen; want hij heeft een gebrek, en mag mijn heiligdom niet ontwijden. Want Ik ben Jahweh, die hen heilig!
24 Moses bracht het Aäron, zijn zonen en alle Israëlieten over.
Read Leviticus 21 in the app The whole chapter