The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Leviticus 13
Wanneer iemand een melaatse plek heeft, moet hij naar den priester worden gebracht.
Leviticus 13:9 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Leviticus 13Next →
When the plague of leprosy is in a man, then he shall be brought unto the priest;
When anyone develops a skin disease, he must be brought to the priest.
“When the plague of leprosy is in a man, then he shall be brought to the priest;
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
6 De priester moet hem op de zevende dag nog eens onderzoeken; en ziet hij, dat de plek dof is geworden en zich niet verder over de huid heeft verspreid, dan moet de priester hem rein verklaren; het is enkel maar uitslag. Hij moet zijn kleren wassen, en is dan rein.
7 Maar zo de uitslag zich verder over zijn huid verspreidt, nadat hij zich reeds aan den priester heeft vertoond, om rein te worden verklaard, dan moet hij zich opnieuw door den priester laten onderzoeken.
8 Ziet de priester, dat de uitslag zich verder over zijn huid heeft verspreid, dan moet de priester hem onrein verklaren; het is melaatsheid.
9 Wanneer iemand een melaatse plek heeft, moet hij naar den priester worden gebracht.
10 Ziet de priester, dat er op de huid een witte roof zit, het haar daarop wit is geworden, en er wild vlees in die roof groeit,
11 dan is het een verouderde melaatsheid op de huid. De priester moet hem onrein verklaren zonder hem eerst nog op te sluiten; want hij is onrein.
12 Wanneer de melaatsheid op zijn huid openbarst, en de melaatsheid heel de huid van den lijder van het hoofd tot de voeten bedekt, zover de priester kan nagaan,
Read Leviticus 13 in the app The whole chapter