The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Leviticus 13
Heeft dus de priester het wilde vlees bemerkt, dan moet hij hem onrein verklaren; het wilde vlees is onrein; het is melaatsheid.
Leviticus 13:15 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Leviticus 13Next →
And the priest shall see the raw flesh, and pronounce him to be unclean: for the raw flesh is unclean: it is a leprosy.
When the priest sees the raw flesh, he must pronounce him unclean. The raw flesh is unclean; it is a skin disease.
The priest shall examine the raw flesh, and pronounce him unclean: the raw flesh is unclean. It is leprosy.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
12 Wanneer de melaatsheid op zijn huid openbarst, en de melaatsheid heel de huid van den lijder van het hoofd tot de voeten bedekt, zover de priester kan nagaan,
13 en ziet de priester, dat de melaatsheid heel zijn lichaam bedekt, dan moet hij den lijder rein verklaren, als hij geheel wit is geworden; hij is rein.
14 Maar als zich wild vlees bij hem vertoont, is hij onrein.
15 Heeft dus de priester het wilde vlees bemerkt, dan moet hij hem onrein verklaren; het wilde vlees is onrein; het is melaatsheid.
16 Wanneer echter het wilde vlees weer verdwijnt en hij wit wordt, dan moet hij naar den priester gaan.
17 Ziet nu de priester, dat die plek wit is geworden, dan moet hij den lijder rein verklaren; hij is rein.
18 Wanneer iemand een zweer op zijn huid heeft, die wel is genezen,
Read Leviticus 13 in the app The whole chapter