The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Leviticus 13
Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
Leviticus 13:1 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Leviticus 13Next →
And the LORD spake unto Moses and Aaron, saying,
Then the LORD said to Moses and Aaron,
The LORD spoke to Moses and to Aaron, saying,
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
1 Jahweh sprak tot Moses en Aäron:
2 Wanneer iemand op zijn huid een roof, uitslag of witte vlek krijgt, die zich op zijn huid tot een melaatse plek ontwikkelt, dan moet hij naar den priester Aäron of naar een van de priesters, zijn zonen, worden gebracht.
3 De priester moet de plek op zijn huid onderzoeken. Is het haar op die plek wit geworden, en ligt die plek opvallend dieper dan de huid, dan is het melaatsheid. Wanneer de priester dit ziet, moet hij hem onrein verklaren.
4 Zo het echter een witte vlek op zijn huid is, die niet opvallend dieper ligt dan de huid, en het haar daarop niet wit is geworden, dan moet de priester den lijder zeven dagen lang opsluiten.
Read Leviticus 13 in the app The whole chapter