The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Leviticus 1
De zonen van Aäron, de priesters, moeten vuur op het altaar leggen, hout op het vuur stapelen,
Leviticus 1:7 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Leviticus 1Next →
And the sons of Aaron the priest shall put fire upon the altar, and lay the wood in order upon the fire:
The sons of Aaron the priest shall put a fire on the altar and arrange wood on the fire.
The sons of Aaron the priest shall put fire on the altar, and lay wood in order on the fire;
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
4 en zijn hand op de kop van het brandoffer leggen; dan zal het goedgunstig worden aanvaard, en vergiffenis voor hem verkrijgen.
5 Daarna moet hij het rund voor het aanschijn van Jahweh slachten; en de zonen van Aäron, de priesters, moeten het bloed opdragen, en daarmee het altaar, dat bij de ingang van de openbaringstent staat, aan alle kanten besprenkelen.
6 Vervolgens moet hij het brandoffer villen, en in stukken snijden.
7 De zonen van Aäron, de priesters, moeten vuur op het altaar leggen, hout op het vuur stapelen,
8 en de stukken met de kop en het vet op het hout leggen, dat op het altaarvuur ligt.
9 Maar de ingewanden met de poten moet hij met water afwassen; dan moet de priester alles tezamen op het altaar in rook doen opgaan. Het is een brandoffer, een welriekend vuuroffer voor Jahweh.
10 Wanneer zijn gave voor het brandoffer uit kleinvee bestaat, uit een schaap of een geit, dan moet hij een gaaf mannelijk dier als offergave brengen.
Read Leviticus 1 in the app The whole chapter