The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Judges 13
En Manóach zei tot zijn vrouw: We zullen zeker sterven, want we hebben God gezien.
Judges 13:22 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Judges 13Next →
And Manoah said unto his wife, We shall surely die, because we have seen God.
“We are going to die,” he said to his wife, “for we have seen God!”
Manoah said to his wife, “We shall surely die, because we have seen God.”
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
19 Manóach nam nu het geitebokje met het meeloffer, en bracht het op de rots ten offer aan Jahweh, die wonderbare dingen doet; en Manóach en zijn vrouw zagen toe.
20 En terwijl de vlam van het altaar af omhoog ging ten hemel, steeg ook de engel van Jahweh met de altaarvlam omhoog. Manóach en zijn vrouw zagen het, en vielen plat ter aarde neer.
21 Toen de engel van Jahweh zich niet langer aan Manóach en diens vrouw vertoonde, begreep Manóach, dat het de engel van Jahweh geweest was.
22 En Manóach zei tot zijn vrouw: We zullen zeker sterven, want we hebben God gezien.
23 Maar zijn vrouw zeide tot hem: Als Jahweh ons had willen doden, zou Hij uit onze hand geen brand- en spijsoffer hebben aangenomen; dan had Hij ons dat alles niet laten zien, noch zo iets aangekondigd.
24 En de vrouw baarde een zoon, en noemde hem Samson. De jongen groeide op onder de zegen van Jahweh.
25 En de geest van Jahweh begon over hem vaardig te worden in Machane van Dan, dat tussen Sora en Esjtaol ligt.
Read Judges 13 in the app The whole chapter