The Bible › Canisiusvertaling 1939 › John 11

John 11:34

Hij sprak: Waar hebt gij hem begraven? Ze zeiden Hem: Heer, kom het zien.

John 11:34 · Canisiusvertaling 1939

← PreviousRead John 11Next →

John 11:34 in other translations

KJV King James Version

And said, Where have ye laid him? They said unto him, Lord, come and see.

BSB Berean Standard Bible

“Where have you put him?” He asked. “Come and see, Lord,” they answered.

WEB World English Bible

and said, “Where have you laid him?” They told him, “Lord, come and see.”

Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.

In context

31 De Joden, die bij Maria in huis waren, om hun rouwbeklag te doen, zagen haar ijlings opstaan en heengaan; zij volgden haar, in de mening, dat ze naar het graf ging, om er te wenen.

32 Zodra Maria kwam, waar Jesus was, en Hem zag, viel ze voor zijn voeten neer, en sprak tot Hem: Heer, zo Gij hier waart geweest, was mijn broer niet gestorven.

33 Toen Jesus haar zag wenen, en de Joden zag wenen, die haar vergezelden, werd Hij hevig bewogen en ontroerd.

34 Hij sprak: Waar hebt gij hem begraven? Ze zeiden Hem: Heer, kom het zien.

35 En Jesus weende.

36 De Joden zeiden: Zie, hoe Hij hem liefhad.

37 Maar sommigen hunner zeiden: Kon Hij, die de ogen van den blinde heeft geopend, niet even goed zorgen, dat deze niet stierf?

Read John 11 in the app The whole chapter

Search the Scriptures

Choose a translation

KJVBSBWEBNHEBASVYLTDBYWBTBBEEBRGNVDRALUTCANRIVLSGRVABPMYORIGBSWATGLIRV