The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Job 34
Want zijn ogen zijn op de wegen der mensen gericht, En Hij ziet al hun schreden;
Job 34:21 · Canisiusvertaling 1939
For his eyes are upon the ways of man, and he seeth all his goings.
For His eyes are on the ways of a man, and He sees his every step.
“For his eyes are on the ways of a man. He sees all his goings.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
18 Hij, die tot den koning zegt: Belial Tot de edelen: Booswicht;
19 Die vorsten niet voortrekt, Den arme niet achterstelt bij den rijke. Neen, ze zijn allen het werk zijner handen,
20 En sterven plotseling, midden in de nacht; Rijken worden opgeschrikt, en gaan heen, Machtigen verdwijnen, al steekt men er de hand niet naar uit.
21 Want zijn ogen zijn op de wegen der mensen gericht, En Hij ziet al hun schreden;
22 Er bestaat geen duister of donker, Waarin de boosdoeners zich kunnen verbergen.
23 Neen, geen vaste tijd voor den mens, Om voor God ten gericht te verschijnen;
24 Hij verplettert den machtige zonder verhoor, En stelt anderen voor hem in de plaats.
Read Job 34 in the app The whole chapter