The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Isaiah 33
Maar nu staan de Offerhaard-mannen buiten te jammeren. De vredeboden bitter te wenen:
Isaiah 33:7 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Isaiah 33Next →
Behold, their valiant ones shall cry without: the ambassadors of peace shall weep bitterly.
Behold, their valiant ones cry aloud in the streets; the envoys of peace weep bitterly.
Behold, their valiant ones cry outside; the ambassadors of peace weep bitterly.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
4 Dan oogst men buit, zoals de sprinkhanen oogsten, Dan valt men er als de vraten op aan.
5 Verheven zijt Gij, o Jahweh, die woont in de hoge, Die Sion met recht en gerechtigheid hebt vervuld;
6 Uw onwankelbare trouw was hem een weelde van heil, Wijsheid en kennis, en de vreze van Jahweh waren zijn schat.
7 Maar nu staan de Offerhaard-mannen buiten te jammeren. De vredeboden bitter te wenen:
8 “Hij heeft de verdragen geschonden, De steden beschimpt, en niemand ontzien!” De wegen liggen verlaten, geen reizigers meer,
9 Het land treurt en kwijnt, de Libanon schaamt zich; Als een wildernis ligt de Sjaron verdord, Basjan en Karmel staan kaal.
10 Maar nu zal Ik opstaan, spreekt Jahweh; Nu rijs Ik omhoog, nu richt Ik mij op:
Read Isaiah 33 in the app The whole chapter