The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Hebrews 1
En tot wien der engelen sprak Hij ooit: “Zet U aan mijn rechterhand, Totdat Ik uw vijanden leg als een voetbank voor uw voeten.”
Hebrews 1:13 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Hebrews 1Next →
But to which of the angels said he at any time, Sit on my right hand, until I make thine enemies thy footstool?
Yet to which of the angels did God ever say: “Sit at My right hand until I make Your enemies a footstool for Your feet”?
But which of the angels has he told at any time, “Sit at my right hand, until I make your enemies the footstool of your feet?”
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
10 En: Heer, in den beginne hebt Gij de aarde gegrond, En de hemelen zijn de werken uwer handen.
11 Zij zullen vergaan, maar Gij blijft! Als een kleed zullen ze allen verslijten.
12 Als een mantel rolt Gij ze op, En als een kleed zullen ze worden verwisseld. Maar Gij blijft dezelfde, En uw jaren nemen geen einde.
13 En tot wien der engelen sprak Hij ooit: “Zet U aan mijn rechterhand, Totdat Ik uw vijanden leg als een voetbank voor uw voeten.”
14 Zijn ze niet allen dienstbare geesten, uitgezonden tot hulp van hen, die de zaligheid zullen beërven?
Read Hebrews 1 in the app The whole chapter