The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 7
Alles stierf, wat op het droge leefde met levensadem in zijn neus.
Genesis 7:22 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Genesis 7Next →
All in whose nostrils was the breath of life, of all that was in the dry land, died.
Of all that was on dry land, everything that had the breath of life in its nostrils died.
All on the dry land, in whose nostrils was the breath of the spirit of life, died.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
19 Hoger en hoger klommen de wateren op aarde, zodat zelfs de hoogste bergen, die onder heel de hemel zijn, werden bedekt.
20 Vijftien ellen steeg het water boven de bergen, zodat ze helemaal bedolven werden.
21 Alle schepselen kwamen om, alles wat zich op de aarde beweegt: vogels, tamme en wilde dieren met al wat over de aarde kruipt; en eveneens alle mensen.
22 Alles stierf, wat op het droge leefde met levensadem in zijn neus.
23 Al wat op aarde bestond, werd verzwolgen; mens, viervoetige dieren, kruipende dieren en vogels in de lucht werden van de aarde verdelgd. Noë alleen, en wat met hem in de ark was, bleef over.
24 De wateren hielden de aarde honderd vijftig dagen bedekt.
Read Genesis 7 in the app The whole chapter