The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 5
Lámek was honderd twee en tachtig jaar oud, toen hij een zoon verwekte.
Genesis 5:28 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Genesis 5Next →
And Lamech lived an hundred eighty and two years, and begat a son:
When Lamech was 182 years old, he had a son.
Lamech lived one hundred eighty-two years, then became the father of a son.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
25 Matoesala was honderd zeven en tachtig jaar oud, toen hij Lámek verwekte.
26 En Matoesala leefde, nadat hij Lámek verwekt had, nog zevenhonderd twee en tachtig jaar, en verwekte zonen en dochters.
27 Heel de levensduur van Matoesala was negenhonderd negen en zestig jaar. En hij stierf.
28 Lámek was honderd twee en tachtig jaar oud, toen hij een zoon verwekte.
29 Hij noemde hem Noë, want hij sprak: Deze zal ons uit de bodem, die Jahweh vervloekt heeft, verkwikking verschaffen bij ons werken en zwoegen.
30 En Lámek leefde, nadat hij Noë verwekt had, nog vijfhonderd vijf en negentig jaar, en verwekte zonen en dochters.
31 Heel de levensduur van Lámek was zevenhonderd zeven en zeventig jaar. En hij stierf.
Read Genesis 5 in the app The whole chapter