The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 48

Genesis 48:8

Toen Israël de zonen van Josef bemerkte, sprak hij: Wie hebt ge daar?

Genesis 48:8 · Canisiusvertaling 1939

← PreviousRead Genesis 48Next →

Genesis 48:8 in other translations

KJV King James Version

And Israel beheld Joseph's sons, and said, Who are these?

BSB Berean Standard Bible

When Israel saw the sons of Joseph, he asked, “Who are these?”

WEB World English Bible

Israel saw Joseph’s sons, and said, “Who are these?”

Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.

In context

5 Welnu, uw beide zonen, die u in Egypte geboren zijn, voordat ik tot u in Egypte kwam, Efraïm en Manasse, gelden als zonen van mij; Efraïm en Manasse staan voor mij gelijk met Ruben en Simeon.

6 Maar de kinderen, die ge na hen zult krijgen, zullen de uwen zijn, en onder de naam van hun broeders hun erfdeel ontvangen.

7 Want toen ik uit Paddan-Aram kwam, is uw moeder Rachel in het land Kanaän op enige afstand van Efráta mij ontvallen, en heb ik haar op de weg naar Efráta, dat nu Betlehem heet, moeten begraven.

8 Toen Israël de zonen van Josef bemerkte, sprak hij: Wie hebt ge daar?

9 Josef gaf zijn vader ten antwoord: Het zijn mijn zonen, die God mij hier heeft gegeven. Hij zeide: Breng ze bij mij; ik wil ze zegenen.

10 Want de ogen van Israël waren verzwakt van ouderdom, zodat hij niet kon zien. Toen Josef ze dus dicht bij hem had gebracht, kuste en omhelsde hij hen.

11 En Israël sprak tot Josef: Ik had niet gedacht, dat ik u nog zou weerzien; en zie, nu laat God mij nog uw kinderen aanschouwen.

Read Genesis 48 in the app The whole chapter

Search the Scriptures

Choose a translation

KJVBSBWEBNHEBASVYLTDBYWBTBBEEBRGNVDRALUTCANRIVLSGRVABPMYORIGBSWATGLIRV