The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 46
De zonen van Ruben waren Chanok, Palloe, Chesron en Karmi.
Genesis 46:9 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Genesis 46Next →
And the sons of Reuben; Hanoch, and Phallu, and Hezron, and Carmi.
The sons of Reuben: Hanoch, Pallu, Hezron, and Carmi.
The sons of Reuben: Hanoch, Pallu, Hezron, and Carmi.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
6 en namen hun vee en hun bezittingen mee, die ze in het land Kanaän hadden verworven. Zo trok Jakob met heel zijn geslacht naar Egypte.
7 Zijn zonen en kleinzonen, zijn dochters en kleindochters, heel zijn geslacht voerde hij mee naar Egypte.
8 Dit zijn de namen van de zonen van Israël, die naar Egypte kwamen: Jakob en zijn zonen; de oudste zoon van Jakob was Ruben.
9 De zonen van Ruben waren Chanok, Palloe, Chesron en Karmi.
10 De zonen van Simeon: Jemoeël, Jamin, Ohad, Jakin, Sóchar en Sjaoel, de zoon van een kanaänietische vrouw.
11 De zonen van Levi: Gersjon, Kehat en Merari.
12 De zonen van Juda: Er, Onan, Sjela, Fares en Zara. Er en Onan stierven in het land Kanaän. De zonen van Fares waren Esron en Chamoel.
Read Genesis 46 in the app The whole chapter