The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 46
De mannen willen hun kudde weiden; want het zijn veebezitters, en ze hebben hun schapen en runderen met heel hun bezit met zich meegebracht.”
Genesis 46:32 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Genesis 46Next →
And the men are shepherds, for their trade hath been to feed cattle; and they have brought their flocks, and their herds, and all that they have.
The men are shepherds; they raise livestock, and they have brought their flocks and herds and all that they own.’
These men are shepherds, for they have been keepers of livestock, and they have brought their flocks, and their herds, and all that they have.’
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
29 En Josef spande zijn wagen in, en reed naar Gósjen, om zijn vader Israël te ontmoeten. Toen hij hem zag, viel hij hem snikkend om de hals.
30 En Israël sprak tot Josef: Thans kan ik gerust sterven, nu ik u heb teruggezien, en nu ik weet, dat ge nog leeft!
31 Daarna sprak Josef tot zijn broers en tot het gezin van zijn vader: Ik zal Farao gaan berichten: “Mijn broeders en het gezin van mijn vader, die in het land Kanaän woonden, zijn bij mij aangekomen.
32 De mannen willen hun kudde weiden; want het zijn veebezitters, en ze hebben hun schapen en runderen met heel hun bezit met zich meegebracht.”
33 Wanneer Farao u dus ontbiedt en u vraagt, wat uw beroep is,
34 moet ge antwoorden: “Uw dienaars zijn als onze vaders veebezitters geweest van onze jeugd af tot heden toe.” Dan zult gij u in het land Gósjen mogen vestigen; want de Egyptenaren hebben een afkeer van schaapherders.
Read Genesis 46 in the app The whole chapter