The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 36

Genesis 36:7

Want zij bezaten te veel, om bij elkander te blijven; het land, waar zij woonden, kon hen wegens hun kudden niet onderhouden.

Genesis 36:7 · Canisiusvertaling 1939

← PreviousRead Genesis 36Next →

Genesis 36:7 in other translations

KJV King James Version

For their riches were more than that they might dwell together; and the land wherein they were strangers could not bear them because of their cattle.

BSB Berean Standard Bible

For their possessions were too great for them to dwell together; the land where they stayed could not support them because of their livestock.

WEB World English Bible

For their substance was too great for them to dwell together, and the land of their travels couldn’t bear them because of their livestock.

Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.

In context

4 Ada baarde aan Esau Elifaz; Basemat Reoeël;

5 Oholibama baarde Jeoesj, Jalam en Kórach. Dit zijn de zonen van Esau, die hem in het land Kanaän werden geboren.

6 Daarna nam Esau zijn vrouwen, zonen en dochters en allen, die tot zijn gezin behoorden, met zijn kudde, runderen en al de bezittingen, die hij in het land Kanaän verworven had, en trok van zijn broer Jakob weg naar een ander land.

7 Want zij bezaten te veel, om bij elkander te blijven; het land, waar zij woonden, kon hen wegens hun kudden niet onderhouden.

8 Esau of Edom ging zich dus in het gebergte Seïr vestigen.

9 Dit is de geslachtslijst van Esau, den vader van Edom, in het gebergte Seïr.

10 Dit zijn de namen van Esau’s zonen: Elifaz, de zoon van Esau’s vrouw Ada; Reoeël, de zoon van Esau’s vrouw Basemat.

Read Genesis 36 in the app The whole chapter

Search the Scriptures

Choose a translation

KJVBSBWEBNHEBASVYLTDBYWBTBBEEBRGNVDRALUTCANRIVLSGRVABPMYORIGBSWATGLIRV