The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 36
Verder Disjon, Éser en Disjan. Ze zijn de stamhoofden van de Chorieten, de zonen van Seïr, in het land Edom.
Genesis 36:21 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Genesis 36Next →
And Dishon, and Ezer, and Dishan: these are the dukes of the Horites, the children of Seir in the land of Edom.
Dishon, Ezer, and Dishan. They are the chiefs of the Horites, the descendants of Seir in the land of Edom.
Dishon, Ezer, and Dishan. These are the chiefs who came of the Horites, the children of Seir in the land of Edom.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
18 Dit zijn de zonen van Esau’s vrouw Oholibama. De stamhoofden van Jeoesj, Jalam en Kórach. Ze zijn de stamhoofden van de groep Oholibama, de dochter van Ana, de vrouw van Esau.
19 Dit zijn dus de zonen van Esau of Edom met hun stamhoofden.
20 En dit zijn de zonen van den Choriet Seïr, de eigenlijke bewoners van het land: Lotan, Sjobal, Sibon, en Ana.
21 Verder Disjon, Éser en Disjan. Ze zijn de stamhoofden van de Chorieten, de zonen van Seïr, in het land Edom.
22 De zonen van Lotan waren Chori en Hemam; de zuster van Lotan was Timna.
23 Dit zijn de zonen van Sjobal: Alwan, Manáchat, Ebal, Sjefo en Onam.
24 Dit zijn de zonen van Sibon: Ajja en Ana; dit is de Ana, die de hete bronnen vond in de woestijn, toen hij de ezels van zijn vader Sibon weidde.
Read Genesis 36 in the app The whole chapter