The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 35
Toen steeg God op, en verdween uit zijn ogen.
Genesis 35:13 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Genesis 35Next →
And God went up from him in the place where he talked with him.
Then God went up from the place where He had spoken with him.
God went up from him in the place where he spoke with him.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
10 En God sprak tot hem: Uw naam is Jakob; voortaan zult ge geen Jakob meer heten, maar Israël zult ge worden genoemd. Zo gaf Hij hem de naam Israël.
11 En God sprak tot hem: Ik ben de almachtige God! Wees vruchtbaar en vermenigvuldig u. Een volk, een reeks van volken komt uit u voort, En koningen zullen uw lendenen ontspruiten.
12 Het land, dat Ik aan Abraham en Isaäk schonk, Zal Ik geven aan u; En aan uw kroost na u Geef Ik dit land in bezit!
13 Toen steeg God op, en verdween uit zijn ogen.
14 Jakob stichtte een stenen gedenkteken op de plaats, waar Hij met hem had gesproken, stortte er een plengoffer op, en goot er olie over uit.
15 En Jakob noemde de plaats, waar God met hem had gesproken, Betel.
16 Toen ze nu ook van Betel waren opgetrokken, en nog slechts op korte afstand van Efráta waren, beviel Rachel en had een zware verlossing.
Read Genesis 35 in the app The whole chapter