The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 32

Genesis 32:30

Jakob noemde die plaats Penoeël; want ik heb God gezien van aanschijn tot aanschijn, en ben toch in leven gebleven!

Genesis 32:30 · Canisiusvertaling 1939

← PreviousRead Genesis 32Next →

Genesis 32:30 in other translations

KJV King James Version

And Jacob called the name of the place Peniel: for I have seen God face to face, and my life is preserved.

BSB Berean Standard Bible

So Jacob named the place Peniel, saying, “Indeed, I have seen God face to face, and yet my life was spared.”

WEB World English Bible

Jacob called the name of the place Peniel; for he said, “I have seen God face to face, and my life is preserved.”

Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.

In context

27 Hij sprak tot hem: Hoe is uw naam? Hij antwoordde: Jakob.

28 Hij zeide toen: Voortaan zult ge geen Jakob meer heten, maar Israël; want ge hebt met God en met mensen gestreden, en de overwinning behaald.

29 Nu vroeg Jakob: Zeg mij uw naam! Hij sprak: Hoe vraagt ge nog naar mijn naam. Toen gaf hij hem daar zijn zegen.

30 Jakob noemde die plaats Penoeël; want ik heb God gezien van aanschijn tot aanschijn, en ben toch in leven gebleven!

31 De zon ging juist op, toen hij Penoeël voorbij was. Hij bleef echter mank aan zijn heup.

32 Daarom eten tot heden toe de zonen Israëls de heupspier niet, die aan de bovenheup ligt; want hij had Jakob tegen de bovenheup gestoten, tegen de spier van het heupgewricht.

Read Genesis 32 in the app The whole chapter

Search the Scriptures

Choose a translation

KJVBSBWEBNHEBASVYLTDBYWBTBBEEBRGNVDRALUTCANRIVLSGRVABPMYORIGBSWATGLIRV