The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 26
De man werd al rijker en rijker, totdat hij grote overvloed bezat.
Genesis 26:13 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Genesis 26Next →
And the man waxed great, and went forward, and grew until he became very great:
and he became richer and richer, until he was exceedingly wealthy.
The man grew great, and grew more and more until he became very great.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
10 Abimélek hernam: Maar wat hebt ge ons gedaan! Hoe gemakkelijk had iemand van ons volk met uw vrouw gemeenschap kunnen houden; ge zoudt dan een zware schuld op ons hebben geladen.
11 Toen liet Abimélek aan heel het volk afkondigen: Wie dezen man of zijn vrouw enig leed durft doen, zal sterven.
12 Nu begon Isaäk in dat land te zaaien, en won dat jaar een honderdvoudige oogst; want Jahweh zegende hem.
13 De man werd al rijker en rijker, totdat hij grote overvloed bezat.
14 Hij had talrijke schapen en runderen en een groot aantal slaven, zodat de Filistijnen afgunstig op hem werden.
15 Daarom begonnen de Filistijnen alle putten, die de knechten van zijn vader in de dagen van zijn vader Abraham gegraven hadden, te verstoppen en met zand dicht te werpen.
16 En Abimélek zeide tot Isaäk: Ga van ons heen; want gij wordt ons te machtig!
Read Genesis 26 in the app The whole chapter