The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 21
Maar tegelijk deed Abraham bij Abimélek zijn beklag, dat de knechten van Abimélek zich met geweld van zijn waterput hadden meester gemaakt.
Genesis 21:25 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Genesis 21Next →
And Abraham reproved Abimelech because of a well of water, which Abimelech's servants had violently taken away.
But when Abraham complained to Abimelech about a well that Abimelech’s servants had seized,
Abraham complained to Abimelech because of a water well, which Abimelech’s servants had violently taken away.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
22 Het was ongeveer in dezelfde tijd, dat Abimélek en zijn legerhoofd Pikol tot Abraham zeiden: God is met u bij al wat ge doet.
23 Zweer mij hier dus bij God, dat ge mij, noch mijn geslacht en mijn stam, ontrouw zult worden; maar dat ge mij en het land, waarin ge als gast verblijft, dezelfde vriendschap zult bewijzen, als ik u heb getoond.
24 En Abraham zeide: Ik zweer het.
25 Maar tegelijk deed Abraham bij Abimélek zijn beklag, dat de knechten van Abimélek zich met geweld van zijn waterput hadden meester gemaakt.
26 Abimélek zeide: Ik weet niet, wie dat gedaan heeft; ge hebt er mij ook nooit van gesproken, en ik heb er tot nu toe niets van gehoord.
27 Daarop haalde Abraham schapen en runderen, gaf ze aan Abimélek ten geschenke, en zij sloten een verbond met elkander.
28 Toen Abraham zeven lammetjes had afgezonderd,
Read Genesis 21 in the app The whole chapter