The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Genesis 10
Zij woonden van Mesja af in de richting van Sefar, een gebergte in het oosten.
Genesis 10:30 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Genesis 10Next →
And their dwelling was from Mesha, as thou goest unto Sephar a mount of the east.
Their territory extended from Mesha to Sephar, in the eastern hill country.
Their dwelling extended from Mesha, as you go toward Sephar, the mountain of the east.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
27 Hadoram, Oezal en Dikla,
28 Obal, Abimaël, Sjeba,
29 Ofir, Chawila en Jobab: allen zonen van Joktan.
30 Zij woonden van Mesja af in de richting van Sefar, een gebergte in het oosten.
31 Dit zijn de zonen van Sem volgens hun stammen en talen, naar hun landen en volken.
32 Dit zijn dan de geslachten van de zonen van Noë naar hun stammen en volken; uit hen zijn de volken voortgekomen, die zich na de zondvloed over de aarde hebben verspreid.
Read Genesis 10 in the app The whole chapter