The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Ezra 8

Ezra 8:21

Nu kondigde ik daar, bij de rivier Ahawa, een vasten af, om ons voor onzen God te vernederen, en een gelukkige reis van Hem af te smeken voor ons, onze kinderen en voor onze have.

Ezra 8:21 · Canisiusvertaling 1939

← PreviousRead Ezra 8Next →

Ezra 8:21 in other translations

KJV King James Version

Then I proclaimed a fast there, at the river of Ahava, that we might afflict ourselves before our God, to seek of him a right way for us, and for our little ones, and for all our substance.

BSB Berean Standard Bible

And there by the Ahava Canal I proclaimed a fast, so that we might humble ourselves before our God and ask Him for a safe journey for us and our children, with all our possessions.

WEB World English Bible

Then I proclaimed a fast there at the river Ahava, that we might humble ourselves before our God, to seek from him a straight way for us, for our little ones, and for all our possessions.

Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.

In context

18 En daar de hand van onzen God vol goedheid op ons rustte, zonden zij ons verstandige mannen. Van de zonen van Machli, zoon van Levi, zoon van Israël: Sjerebja met zijn zonen en broeders, achttien man.

19 Van de zonen van Merari: Chasjabja en Jesjaja,

20 met hun broeders en zonen, twintig man. Van de tempelknechten, die David en de vorsten voor de dienst der levieten hadden geschonken: tweehonderd twintig tempelknechten, allen met name vermeld.

21 Nu kondigde ik daar, bij de rivier Ahawa, een vasten af, om ons voor onzen God te vernederen, en een gelukkige reis van Hem af te smeken voor ons, onze kinderen en voor onze have.

22 Want ik schaamde mij, den koning soldaten en ruiters te vragen, om ons onderweg tegen den vijand te beschermen. Want wij hadden aan den koning gezegd: De hand van onzen God rust vol goedheid op allen, die Hem zoeken, maar zijn macht en toorn zijn tegen allen gericht, die Hem verlaten.

23 Daarom vastten wij en riepen onzen God aan; en Hij heeft ons verhoord.

24 Daarna koos ik twaalf priesterhoofden uit: Sjerebja en Chasjabja met tien van hun broeders.

Read Ezra 8 in the app The whole chapter

Search the Scriptures

Choose a translation

KJVBSBWEBNHEBASVYLTDBYWBTBBEEBRGNVDRALUTCANRIVLSGRVABPMYORIGBSWATGLIRV