The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Deuteronomy 27
en Ruben, Gad, Aser, Zabulon, Dan en Neftali op de berg Ebal voor de vervloeking.
Deuteronomy 27:13 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead Deuteronomy 27Next →
And these shall stand upon mount Ebal to curse; Reuben, Gad, and Asher, and Zebulun, Dan, and Naphtali.
And these tribes shall stand on Mount Ebal to deliver the curse: Reuben, Gad, Asher, Zebulun, Dan, and Naphtali.
These shall stand on Mount Ebal for the curse: Reuben, Gad, Asher, Zebulun, Dan, and Naphtali.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
10 Luister dus naar de stem van Jahweh, uw God, en onderhoud zijn geboden en bepalingen, die ik u heden opleg.
11 Daarna gaf Moses op die eigen dag het volk het volgende bevel:
12 Wanneer ge de Jordaan zijt overgetrokken, moeten Simeon, Levi, Juda, Issakar, Josef en Benjamin op de berg Gerizzim post vatten, om het volk te zegenen;
13 en Ruben, Gad, Aser, Zabulon, Dan en Neftali op de berg Ebal voor de vervloeking.
14 Dan moeten de levieten met luider stem aan alle mannen van Israël plechtig verkonden:
15 Vervloekt de man, die een gesneden of gegoten beeld, zo’n gruwel voor Jahweh, zo’n kunstenaarsmaaksel, vervaardigt, en het heimelijk opstelt. En heel het volk zal antwoorden en zeggen: Amen!
16 Vervloekt, die zijn vader en moeder veracht. En heel het volk zal zeggen: Amen!
Read Deuteronomy 27 in the app The whole chapter