The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Deuteronomy 16

Deuteronomy 16:21

Ge moogt geen gewijde bomen planten, van welke soort dan ook, naast het altaar van Jahweh, uw God, dat gij voor u zult bouwen,

Deuteronomy 16:21 · Canisiusvertaling 1939

← PreviousRead Deuteronomy 16Next →

Deuteronomy 16:21 in other translations

KJV King James Version

Thou shalt not plant thee a grove of any trees near unto the altar of the LORD thy God, which thou shalt make thee.

BSB Berean Standard Bible

Do not set up any wooden Asherah pole next to the altar you will build for the LORD your God,

WEB World English Bible

You shall not plant for yourselves an Asherah of any kind of tree beside the LORD your God’s altar, which you shall make for yourselves.

Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.

In context

18 Ge moet in al uw steden, die Jahweh, uw God, aan uw stammen zal geven, rechters en ambtslieden over u aanstellen, die voor het volk een rechtvaardig oordeel zullen vellen.

19 Ge moogt het recht niet verkrachten, geen aanzien van personen laten gelden, en geen geschenken aannemen; want geschenken verblinden de ogen der wijzen, en verdraaien de woorden der rechtvaardigen.

20 Voor gerechtigheid, en voor gerechtigheid alleen moet ge ijveren, opdat ge moogt leven en het land moogt bezitten, dat Jahweh, uw God, u gaat geven.

21 Ge moogt geen gewijde bomen planten, van welke soort dan ook, naast het altaar van Jahweh, uw God, dat gij voor u zult bouwen,

22 noch een wijsteen oprichten, want Jahweh, uw God, haat ze.

Read Deuteronomy 16 in the app The whole chapter

Search the Scriptures

Choose a translation

KJVBSBWEBNHEBASVYLTDBYWBTBBEEBRGNVDRALUTCANRIVLSGRVABPMYORIGBSWATGLIRV