The Bible › Canisiusvertaling 1939 › Acts 2
En daar hij de toekomst voorzag, heeft hij over de verrijzenis van den Christus gezegd, dat Hij niet in het dodenrijk zou worden achtergelaten, en dat zijn vlees het bederf niet zou zien.
Acts 2:31 · Canisiusvertaling 1939
He seeing this before spake of the resurrection of Christ, that his soul was not left in hell, neither his flesh did see corruption.
Foreseeing this, David spoke about the resurrection of the Christ, that He was not abandoned to Hades, nor did His body see decay.
he foreseeing this, spoke about the resurrection of the Christ, that his soul wasn’t left in Hades, and his flesh didn’t see decay.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
28 Gij hebt mij de wegen van het leven getoond; Gij zult mij van vreugde vervullen Door uw aanschijn!
29 Mannen broeders, van den aartsvader David mag men u zeker wel openlijk zeggen, dat hij èn gestorven is én begraven; zijn graf staat in ons midden tot op de huidige dag.
30 Maar hij was een profeet; en hij wist, dat God hem onder ede beloofd had, een uit de vrucht zijner lende op zijn troon te doen zetelen.
31 En daar hij de toekomst voorzag, heeft hij over de verrijzenis van den Christus gezegd, dat Hij niet in het dodenrijk zou worden achtergelaten, en dat zijn vlees het bederf niet zou zien.
32 Welnu, dezen Jesus heeft God doen verrijzen; daarvan zijn wij allen getuigen.
33 En nu Hij, verheven aan Gods rechterhand, van den Vader den beloofden Heiligen Geest heeft ontvangen, nu heeft Hij Dien ook uitgestort, zoals gij ziet en hoort.
34 David is niet ten hemel gestegen; toch zegt hij het zelf: “De Heer heeft gesproken tot mijn Heer: Zet U aan mijn rechterhand,
Read Acts 2 in the app The whole chapter