The Bible › Canisiusvertaling 1939 › 2 Chronicles 6
Maar niet gij zult de tempel bouwen, doch uw zoon, die uit uw lenden voortkomt, zal een tempel bouwen voor mijn Naam.”
2 Chronicles 6:9 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead 2 Chronicles 6Next →
Notwithstanding thou shalt not build the house; but thy son which shall come forth out of thy loins, he shall build the house for my name.
Nevertheless, you are not the one to build it; but your son, your own offspring, will build the house for My Name.’
nevertheless you shall not build the house, but your son who will come out of your body, he shall build the house for my name.’
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
6 Maar Jerusalem heb Ik uitverkoren, om daar mijn Naam te doen wonen; en David heb Ik uitgekozen, om over mijn volk Israël te heersen!”
7 Daarom wilde mijn vader David een tempel bouwen voor de Naam van Jahweh, Israëls God.
8 Maar Jahweh sprak tot David: “Het was goed van u, het plan op te vatten, om een tempel te bouwen voor mijn Naam.
9 Maar niet gij zult de tempel bouwen, doch uw zoon, die uit uw lenden voortkomt, zal een tempel bouwen voor mijn Naam.”
10 En Jahweh heeft zijn belofte vervuld. Want ik ben mijn vader David opgevolgd, en heb mij neergezet op de troon van Israël, zoals Jahweh gezegd had. En nu heb ik voor de Naam van Jahweh, Israëls God, een tempel gebouwd,
11 en daarin een plaats bereid voor de ark, waar het Verbond berust, dat Jahweh met de Israëlieten gesloten heeft.
12 Toen ging Salomon ten aanschouwen van heel de gemeenschap van Israël voor het altaar van Jahweh staan en strekte zijn handen uit.
Read 2 Chronicles 6 in the app The whole chapter