The Bible › Canisiusvertaling 1939 › 1 Chronicles 7
die van Zabad waren Sjoetélach, Ézer en Elad. Dezen werden door de burgers van Gat, de inheemse bevolking, gedood, toen ze uitgetrokken waren, om hun vee te roven.
1 Chronicles 7:21 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead 1 Chronicles 7Next →
And Zabad his son, and Shuthelah his son, and Ezer, and Elead, whom the men of Gath that were born in that land slew, because they came down to take away their cattle.
Zabad his son, and Shuthelah his son. Ezer and Elead were killed by the natives of Gath, because they went down to steal their livestock.
Zabad his son, Shuthelah his son, Ezer, and Elead, whom the men of Gath who were born in the land killed, because they came down to take away their livestock.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
18 Zijn zuster Hammoléket schonk het leven aan Isjhod, Abiézer en Machla.
19 De kinderen van Sjemida heetten Achjan, Sjekem, Likchi en Aniam.
20 De zoon van Efraïm was Sjoetélach. De zoon van Sjoetélach was Béred; die van Béred was Táchat; die van Táchat was Elada; die van Elada was Táchat; die van Táchat was Zabad;
21 die van Zabad waren Sjoetélach, Ézer en Elad. Dezen werden door de burgers van Gat, de inheemse bevolking, gedood, toen ze uitgetrokken waren, om hun vee te roven.
22 Efraïm, hun vader, betreurde ze lange tijd; maar toen zijn broeders hem waren komen troosten,
23 had hij weer gemeenschap met zijn vrouw. Zij werd zwanger, en schonk het leven aan een zoon, dien zij Beria noemde, omdat zij in zijn huis een kwade tijd had beleefd.
24 De dochter van Beria was Sjeëra; zij bouwde Boven- en Beneden Bet-Choron en Oezzen-Sjeëra.
Read 1 Chronicles 7 in the app The whole chapter