The Bible › Canisiusvertaling 1939 › 1 Chronicles 4
Reaja, de zoon van Sjobal, verwekte Jáchat; Jáchat verwekte Achoemai en Láhad. Dit zijn de geslachten van Sora.
1 Chronicles 4:2 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead 1 Chronicles 4Next →
And Reaiah the son of Shobal begat Jahath; and Jahath begat Ahumai, and Lahad. These are the families of the Zorathites.
Reaiah son of Shobal was the father of Jahath, and Jahath was the father of Ahumai and Lahad. These were the clans of the Zorathites.
Reaiah the son of Shobal became the father of Jahath; and Jahath became the father of Ahumai and Lahad. These are the families of the Zorathites.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
1 De zonen van Juda waren: Fáres, Chesron, Karmi, Choer en Sjobal.
2 Reaja, de zoon van Sjobal, verwekte Jáchat; Jáchat verwekte Achoemai en Láhad. Dit zijn de geslachten van Sora.
3 De zonen van Choer, den vader van Etam, waren: Jizreël, Jisjma en Jidbasj; ze hadden een zuster, die Hasselelponi heette;
4 verder nog Penoeël, de stamvader van Gedor, en Ézer, de stamvader van Choesja. Dit waren de afstammelingen van Choer, den oudsten zoon van Efrat en stamvader van Betlehem.
5 Asjchoer de stamvader van Tekóa, had twee vrouwen: Chela en Naära.
Read 1 Chronicles 4 in the app The whole chapter