The Bible › Canisiusvertaling 1939 › 1 Chronicles 4

1 Chronicles 4:13

De zonen van Kenaz waren Otniël en Seraja; de zoon van Otniël was Chatat.

1 Chronicles 4:13 · Canisiusvertaling 1939

← PreviousRead 1 Chronicles 4Next →

1 Chronicles 4:13 in other translations

KJV King James Version

And the sons of Kenaz; Othniel, and Seraiah: and the sons of Othniel; Hathath.

BSB Berean Standard Bible

The sons of Kenaz: Othniel and Seraiah. The sons of Othniel: Hathath and Meonothai.

WEB World English Bible

The sons of Kenaz: Othniel and Seraiah. The sons of Othniel: Hathath.

Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.

In context

10 Jabes bad tot den God van Israël: Als Gij mij werkelijk wilt zegenen en mijn gebied uitbreiden, moet uw hand met mij zijn, en moet Gij het volvoeren zonder rampen, zonder mij leed te doen. En God verhoorde zijn gebed.

11 Keloeb, de broer van Sjoecha, verwekte Mechir, den vader van Esjton.

12 Esjton verwekte Bet-Rafa, Paséach en Techinna, den vader van Ir-Nachasj. Dit waren de mannen van Reka.

13 De zonen van Kenaz waren Otniël en Seraja; de zoon van Otniël was Chatat.

14 Meonotai verwekte Ofra en Seraja. Deze verwekte Joab, den stamvader van het Dal der Handwerkers; ze waren namelijk handwerkers.

15 De zonen van Kaleb den zoon van Jefoenne, waren:Iroe, Ela en Náam. De zoon van Ela was Kenaz.

16 De zonen van Jehallelel waren: Zif, Zifa, Tireja en Asarel.

Read 1 Chronicles 4 in the app The whole chapter

Search the Scriptures

Choose a translation

KJVBSBWEBNHEBASVYLTDBYWBTBBEEBRGNVDRALUTCANRIVLSGRVABPMYORIGBSWATGLIRV