The Bible › Canisiusvertaling 1939 › 1 Chronicles 23
De zonen van Merari waren Machli en Moesji. De zonen van Machli waren Elazar en Kisj.
1 Chronicles 23:21 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead 1 Chronicles 23Next →
The sons of Merari; Mahli, and Mushi. The sons of Mahli; Eleazar, and Kish.
The sons of Merari: Mahli and Mushi. The sons of Mahli: Eleazar and Kish.
The sons of Merari: Mahli and Mushi. The sons of Mahli: Eleazar and Kish.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
18 De zoon van Jishar was Sjelomit, een opperhoofd.
19 De zonen van Chebron waren Jeri-jáhoe, het opperhoofd, Amarja, de tweede, Jachaziël de derde, Jekamam de vierde.
20 De zonen van Oezziël waren Mika, het opperhoofd, en Jissji-ja, de tweede.
21 De zonen van Merari waren Machli en Moesji. De zonen van Machli waren Elazar en Kisj.
22 Elazar stierf zonder zonen na te laten; hij had alleen maar dochters, die door hun neven, de zonen van Kisj, werden gehuwd.
23 De zonen van Moesji waren Machli, Éder en Jeremot, in het geheel drie.
24 Dit waren dus de familiehoofden boven de dertig jaar van de gemonsterde levietische families, die met name en persoonlijk waren aangewezen, om de dienst te verrichten in de tempel van Jahweh.
Read 1 Chronicles 23 in the app The whole chapter