The Bible › Canisiusvertaling 1939 › 1 Chronicles 2
De zonen van Fáres waren Chesron en Chamoel.
1 Chronicles 2:5 · Canisiusvertaling 1939
← PreviousRead 1 Chronicles 2Next →
The sons of Pharez; Hezron, and Hamul.
The sons of Perez: Hezron and Hamul.
The sons of Perez: Hezron and Hamul.
Every translation above is public domain and free to share. Other versions — NIV · ESV · NKJV · NLT · NASB · CSB · AMP — are copyrighted and open on their publishers’ partner site.
2 Dan, Josef, Benjamin, Neftali, Gad en Aser.
3 De zonen van Juda waren Er, Onan en Sjela; deze drie werden hem geschonken door Bat-Sjóea, de kanaänietische. Er, Juda’s oudste zoon, deugde niet in Jahweh’s ogen; daarom strafte Hij hem met de dood.
4 Zijn schoondochter Tamar schonk hem Fáres en Zara. Juda had dus in het geheel vijf kinderen.
5 De zonen van Fáres waren Chesron en Chamoel.
6 De zonen van Zara waren: Zimri, Etan, Heman, Kalkol en Déra; in het geheel vijf.
7 De zoon van Zimri was Karmi; de zoon van Karmi was Akar, die Israël in het verderf stortte, omdat hij zich aan de ban vergreep.
8 De zoon van Etan was Azarja.
Read 1 Chronicles 2 in the app The whole chapter